Brief Pater Renaat De Ceulaer

Ter nagedachtenis van mijn confrater, pater Sjef Tegels, waarvan wij, tevens met zijn familie, de onverwachte en brutale dood herdenken in zijn geliefde missie Basoka (Congo), nu 50 jaar geleden, op 14 februari 1961. (Renaat de Ceulaer scj).
Sjef is de eerste van de 28 s.j.c. confraters die het slachtoffer werden van het onmenselijk optreden van het Congolese leger en van het rebellenvolk, na de onafhankelijkheid van Congo, 30 juni 1960. Ik heb maar een jaar of twee (1957-1958 als ik me goed herinner) samen met hem gewerkt in Basoko waar hij de overste was, maakte ik deel uit van de communiteit: de Pater Karleszink (D), Michel van Lierde (Vl), Ben Thijssing (Nl) Alber Grein (LUX) en Renaat de Ceulaer (Vl).
Wat mij opviel en ik ook tof vond is dat Sjef (in 1952 benoemd in Basoko) al heel vlug de oude Frater Karleszink als overste moest opvolgen en zo een van de jongste, zo niet de jongste missie verantwoordelijke werd in wat later het aardbisdom Kisangani (ex Stanleystad) zal worden. Hij had daar de gezondheid voor, de realistische inzet, de nuchtere oordeelkracht, de harde en taaie werkwijze met gepaste humor en dat alles gevoed door zijn stevige overtuiging dat een missionaris de geroepene en de gezondene is om te getuigen van het Evangelie en de boodschap daarin vervat dat God liefde is en dat die Gods liefde bestemd is voor ALLE mensen. En Sjef had een hart om dat zichtbaar en tastbaar te maken voor alle mensen in de Basoko regio. Zonder franjes maar in openheid en opbouwend samenwerken met jong en oud. Zijn brutale dood en begrafenis (15-02-1961) zijn lang blijven leven in het Basoko geheugen. Ik was niet in Basoko toen de moord gebeurde. Ik zal wel vertalen wat er staat in het door pater Luc De L'Arbre W.P. samenvattingsboek “Ils étaient tous fideles” (NOS Martyrs et Temoins de l’amour en République de democratique du Congo”) 2005 blz 12 en 13.
“Basoko de 14e februari 1961” =kort verhaal=

Patrice Lumumba (de eersteminister én blankenhater) en niet al te eerlijk duivelke !) wordt op 17-01-1961 door (Congolese) vermoord in Elisabethstad Katanga (Lumonbasli).
Bij het vernemen van zijn dood staat de Congo op zijn kop. “De blanken zijn schuldig aan de dood van leider Lumumba”. Op 14 februari schrijft de administratie van de Basoko-regio 5 dagen schoolverlof voor, als meeleven met Lumumba’s dood. Pater Sjef kondigt dat verlof aan in de school en de schooljeugd gaat, zot van plezier -het kan niet anders- naar huis. “Waarom zijn jullie zo bij”? vragen de militairen die in Basoko logeren en de  …. Jeugd ontmoeten. “wij kregen 5 dagen verlof voor de school van Lumumba”. Daarop denken die soldaten dat het verlof een initiatief is “ een blij initiatief, want die kerel is dood!”) van de missionarissen en zij gaan naar de missie in volle coleren: “Lumumba is door; een van hier moet er ook aan!” Een militair die op de missie logeerde (??) probeert heel de bende te bedaren en raad de pater ook naar hun kamer te trekken, maar even later staan de soldaten, die naar hun kamp waren gegaan, weer aan de missie. Een soldaat klopt aan de deur van pater Sjef die opendoet, de soldaat opzij duwt en zich probeert te redden – eerste schot… Pater Sjef roept “maar man, schiet toch niet “ valt het tweede schot en Sjef gooit zich op de grond; tweede ontsnapping. Het derde schot is fataal. De reus is geraakt en de kogel nestelt zich in een long. Sjef kan zich nog oprichten, probeert bij Ben Thijssing binnen te geraken en valt tenslotte neer in de eetzaal om daar te sterven … 14.02.1961.
Ondertussen hebben de confraters van pater Sjef (in 1964 waren er 273 jonge Italiaanse SCJ in Basoko) de schoten gehoord en F. Ravatio (een van de Italianen) die de kans had gehad om zicht te verstoppen op het plafond van de eetzaal. Van daaruit is getuige van het gebeuren. Even later staat er een joelende bende soldaten hun vreugde en overwinning uit te dansen rond de missie met hun geweer gericht naar de kamers van de paters. Dank zij de kapitein komt er kalmte en kunnen de paters naar buiten komen en ontdekken zij -wat zij zeker al vreesden- de wrede realiteit. Volgt een minutieus onderzoek in alle kamers op zoek naar de ……… (communicatie met Kitanchaki en de andere missies) pater Chlesan (jonge Italiaan) krijgt ook nog enkele zware klappen. Tenslotte mogen de confraters met veel pijn in het hart zich bekommeren en inzetten voor de verzorging van hun doodgebloede confrater. De militairen zijn akkoord dat de goede pater sanoko jozef in Congolese aarde kan begraven worden. (ik kan mij voorstellen dat Sjef niets anders gewenst heeft). “Mist betaling en een degelijke geldsom”. En dan is er het mooie gebaar van het onderwijzend personeel die samen zorgen voor de uitvoering van die betaling! Op 15 februari 1961 na de uitvaartliturgie met een massa gelovigen van Basoko en omstreken (die de aanwezigheid van de militairen toch trotseren) werd de gewaardeerde gerespecteerde en graag geziene Sanigo Jozef begraven op het kerkhof kort bij het huis van de zusters Franciscanessen ………
Bij dat graf heb ik ooit (vanuit …. toen de wegen nog bereidbaar waren) mogen bidden. “Sjef rust zacht en zegen onze mensen”.

Februari 2011 Pater Renaat De Ceulaer