Brief 2

Hees-Nijmegen, 6-4-‘50

Dierbare Vader Moeder Thei-Nelly, Harry-Toos, Frits-Stiena, Sjeng-Nelly,

Anny, Wimpke Jakie.

Zo heb ik U allen ineens, een hele rij te groot om ineens uit te spreken, waaraan er nog slechts één ontbreekt. Omdat de hele Familie toch zondag bij elkaar is, zal ik U bij deze gelegenheid maar allen een Zalig Pasen toewensen.

Dat zal a.s. zondag een drukte worden en de grote tafel in de kamer zal  wel vol zitten. Wat zal Wimpke rondscharrelen, zodat Mam de handen wel vol zal hebben. Jakie zal zover wel niet zijn, maar ook hij zal zijn ogen wel uitkijken bij al die vreemde gezichten en hij zal sjeng wel eens bang aankijken als hij vreemde gezichten tegen hem trekt. Nu zal Pap zijn petekindje ook eens kunnen zien. ’t Zal er in ieder geval gezellig aan toe gaan. Ik vind het wel jammer er niet bij te kunnen zijn, maar er is nu eenmaal niets aan te doen en dit offertje moeten we maar brengen.

’t Zal een feest worden met ‘t 25 jarig priesterfeest van den Pastoor. Ik heb  hem zojuist nog geschreven, zodat hij toch kan zien dat ik met zijn feest meeleef. Wat zullen de nieuwe klokken hun feestklanken voor de eerste keer over het dorp heengalmen. Zo gaat ’t weer langzamerhand op de oude tijd gelijken.

Vandaag hebben wij al zowat paasfeest, want vanmorgen hebben we onder de plechtigheden al de paascommunie ontvangen. De Goede Week plechtigheden verlopen toch altijd mooi in het klooster. Hoe lang ze ook duren, men merkt er niets van en de tijd is zo voorbij. Vannacht om 12 uur heb ik de beurt van mijn aanbiddingsuur voor ’t rustaltaar. Dan is het de rustigste tijd en kan men goed bidden. Dan zal ik U allen nog eens goed in mijn gebed gedenken en hoop dat U allen ook dit jaar de echte paasvreugde en vrede moogt ontvangen.

Sinds gisteren zijn we met de vacantie begonnen. Het leed van de examens is weer geleden en ik moet zeggen dat het hard aanpakken is geweest. Ik geloof dat we nog nooit zoveel te verwerken gehad hebben. ’t Waren bijna allemaal mondelinge examens en je ging wel eens met kloppend hart de kamer van de professor binnen, die met een stortvloed van vragen over je neerkwam. Maar ’t is goed verlopen en ik mag tevreden zijn over de uitslag. Nog een trimester en we staan voor ’t laatste jaar. Dat zal wel vlug voorbij zijn want dan beginnen al de verschillende wijdingen. Dat zal een geluk zijn. Blijven we er voor bidden, dat ik dat mag bereiken.

We zijn nu al op de serre aan ’t voorbereiden voor Pasen. We hebben al een heel stel bloemen klaar. Vooral de hortensia’s zijn mooi en zullen prachtig staan in de nieuwe kapel. We konden wel wat beter weer gebruiken. ‘t Ziet er zo nu en dan  wel naar uit dat ’t goed wordt, maar dan is het ook weer ineens afgelopen. Maar we hopen maar dat het met Pasen goed wordt, dan kunnen we er in de vacantie plezier van hebben.

Kom ik ga eindigen. Nog allen bedankt voor de laatste brieven en goede wensen. Ik hoop dat U allen zondag een prettig feest zult hebben en wens ’t U van harte toe.

De hartelijkste groeten en nogmaals Zalig Pasen aan U allen.

Uw Sjef